Za 19 juni: Mahina Rotterdam, Molukse verhalen & presentatie luisterboek

 

In 2021 is het precies 70 jaar geleden dat de eerste Molukkers in Nederland aankwamen, zij meerden tussen 21 maart en 21 juni 1951 met verschillende schepen af aan de Lloydkade in Rotterdam. Landelijk is in maart in vele steden, dorpen en wijken dit herdacht. Verhalenhuis Belvédère presenteert in het laatste herdenkingsweekend, op zaterdag 19 juni speciaal een luistervoorstelling en luisterpublicatie met de persoonlijke verhalen van Molukkers. Kom langs om deze speciale versie samen te luisteren en (mee) te beleven.

 

Verhalen van en over Molukse vrouwen
Veertien bewoners van de Molukse wijk in Capelle aan den IJssel en de Molukse gemeenschap in Ridderkerk zijn in samenwerking met het jonge makerscollectief Teru, geïnterviewd. De vertellers brachten met hun verhalen vooral ook een ode aan hun moeders en grootmoeders. Ze spraken over wat deze vrouwen hebben beleefd, wat ze hen hebben meegegeven en wat ze zelf daarvan graag willen doorgeven aan hun kinderen. De vrouwen worden beschouwd als dragers van de Molukse cultuur terwijl zij decennialang op de achtergrond bleven.
“Dat is iets wat mijn moeder ook heeft meegegeven, weet dat wij hier zijn, waardoor we hier terecht zijn gekomen en vertel alsjeblieft – en dat is nu het moment dus – hoeveel verdriet je oma en alle andere vrouwen en mannen hebben gehad, om hun dierbaren achter te laten.”

 

Luistervoorstelling
Uit alle individuele verhalen is een compilatie oftewel een ‘luistervoorstelling’ (duur 75 min.) samengesteld. Zaterdag 19 juni 16 uur nodigen we alle geïnteresseerden uit voor deze luistervoorstelling in het Verhalenhuis in Rotterdam-Katendrecht. We luisteren tegelijk via de (silent disco) hoofdtelefoons naar de stemmen en verhalen van drie generaties Molukkers in Rotterdam en omgeving. We horen de pijn, het verdriet maar ook de kracht, trots en saamhorigheid. De Luistervoorstelling is een ontmoeting en een ervaring die je niet snel vergeet. Na afloop wordt de uitgave van het (nieuwe) luisterboekje gepresenteerd.

 

Reserveren
De luistervoorstelling op zaterdag 19 juni is gratis, er is echter een beperkt aantal hoofdtelefoons ook vanwege de coronamaatregelen, daarom is reserveren noodzakelijk. Reserveer hier via deze link.
De publicatie is in het Verhalenhuis te koop en kost € 15 per stuk.

 

Over makerscollectief Teru
Teru bestaat uit een drietal jonge fotografen en filmmakers: Atêf Sitanala, Jaïr Pattipeilohy en Lesli Taihuttu. Zij maakten in 2019 een reizende expositie met meer dan 100 indringende gezichtsportretten van Molukse vrouwen in vier verschillende generaties in Nederland, aangevuld met korte documentaires en themaportretten, ook in samenwerking met het Moluks Historisch Museum. Zij wilden ook in Rotterdam middels de tentoonstelling de belangrijke rol van de vrouw binnen de Molukse families en gemeenschap zichtbaar maken. De expositie Mahina werd in het Verhalenhuis aangevuld met de orale verhalen van Molukkers uit Capelle en Ridderkerk. In Mahina werd vooral de nadruk gelegd op de vrouw, Mahina is ook synoniem voor ‘vrouw’ in een van de oorspronkelijk Molukse talen. De fotoexpositie van collectief Teru reisde onder meer naar Den Haag, Vught, Arnhem, Assen, Tiel en Amsterdam.
    

 

Over de aankomst van Molukkers in Nederland
In de periode 21 maart – 21 juni 1951 meerden zo’n 12.500 Molukkers af aan de Lloydkade in Rotterdam. Het waren 3.500 Molukse KNIL-soldaten met hun vrouwen en kinderen. Na de onafhankelijkheid in 1949 van Indonesië en de opheffing van het Koninklijk Nederlandsch-Indisch Leger (KNIL) liepen vele gezinnen gevaar, omdat ze tot de ‘Nederlandse vijand’ behoorden. Hun overkomst zou een tijdelijke oplossing zijn. Ze werden verdeeld over zo’n 60 oude kazernes, kloosters, werkkampen en – bizar genoeg – zelfs twee voormalige concentratiekampen: Westerbork (Schattenberg) en Vught (Lunetten). Bovendien was vanuit de tijdelijkheidsgedachte besloten dat Molukkers niet mochten werken, niet naar school mochten, niet mochten integreren én bijvoorbeeld ook niet zelf koken. Het eten moest worden gehaald in een centrale keuken. Pas eind jaren ’50 besloot de Nederlandse regering dat een terugkeer niet meer reëel en verantwoord zou zijn. De kampen werden opgeheven en er werden speciale woonwijken aangewezen met als doel dat men alsnog zou kunnen integreren. Er waren echter jaren verstreken en intussen waren ook nieuwe generaties geboren.

 

 

 



Reacties zijn gesloten .